FANDOM

1,928,039 Pages

StarIconGreen
LangIcon
​De Man Die Zelfmoord Wilde Plegen

This song is by Herman van Veen and appears on the album Zolang De Voorraad Strekt (1983).

Er was een man die dolgraag zelfmoord wilde plegen.
Waarom precies, dat was hem zelf niet goed bekend.
Hij had die drang bij zijn geboorte meegekregen,
Zoals een ander taalgevoel of zangtalent.
En in de lente had-ie enkel het verlangen,
Om zich alleen met groene takken op te hangen.
Dat is een tamelijk bescheiden wens, nietwaar?
Een mens zijn lust dat is zijn leven, zeg ik maar.

Alleen hij kon het niet meteen, al niet als jongen,
Toen hij na schooltijd dikwijls aan de spoordijk zat.
Och, hij was ziels en zielsgraag voor een trein gesprongen,
Om te vergeten, hij wist niet nauwkeurig wat.
Hij wou zijn vader en zijn moeder niet verdrieten,
En daarom liet ie de gedachte steeds weer schieten.
Want een geweten is iets moois, maar als je 't hebt,
Dan ben je wel ontzettend zwaar gehandicapt.

Hij nam zich voor z'n ouders sterven af te wachten,
En had geluk, ze werden geen van beiden oud.
Maar zie het leven wordt bepaald door vreemde krachten,
En in de tussentijd was hij gewoon getrouwd.
Hij had een uitgebreide voorraad slaaptabletten,
Die hij vaak telde als de schemering aan kwam zetten.
Och, hij kon makkelijk bereiken wat hij wou:
Hij deed het niet, hij had een brave vrouw.

En toen die eindelijk gestorven was na jaren,
Zag hij de kans tot zijn verdriet nog steeds niet schoon,
Om zelf die lang verbeide haven in te varen:
Hij was de vader van een dochter en een zoon.
Maar zijn geduld begon zo langzaamaan te slinken.
Hij was nu vastbesloten zich te verdrinken
En had de plek al uitgezocht, 't was bij de brug.
Hij dacht: hier doe ik het, en God, maak 't toch vlug.

Het duurde lang voordat hij klaar was met zijn taken,
Maar toen hij voor zijn kinderen nauwelijks meer bestond,
Ging hij er op een avond blij een eind aan maken.
En bij die brug vond hij toen een zieke hond.
Hij had het dier het liefst ter plekke willen wurgen.
Maar nee, hij bleef er tot zijn laatste snik voor zorgen,
En gaf toen eigenlijk met tegenzin de geest.
Hij dacht: wat gaan ze met hem doen, het stomme beest.

Er was een man die dolgraag zelfmoord wilde plegen,
Waarom dat wist hij niet, al zijn er redenen zat te geven.
Ik weet er zo al uit mijn hoofd een stuk of negen,
Al heb ik zelf die aandrang nooit zo sterk gehad.
Ach, om iets waar te maken van zijn liefste dromen,
Had ieder ander het vast niet zo nauw genomen.
Maar hoe dan ook, dat heeft die man dus wel gedaan:
Hij is gewoon als ieder ander doodgegaan.